Usquert's ziekenhuis 1878

In 1850 besluiten B&W Usquert buiten het dorp
een gebouw op te richten dat moest dienen om
met cholera besmette bewoners en eraan
overledenen, te verzorgen.
Wat elders lijkenhuis werd genoemd, resulteerde
in Usquert in een zieken- annex sterfhuis.

De eerste bouw werd in 1878 afgebroken en op
de huidige plaats herbouwd. Bestaande uit twee kamers, zoldering, water- en electriciteit en een kolenkachel. Sedert 1996 maakt het deel uit van
het voormalig Gemeentelijk Verzorgingsgesticht,
dienst doende als werkplaats en wel eens als expositieruimte. Omstreeks 1900 nam de behoefte aan een sterfhuis (epidemieën) af, maar dit huis behield haar aulafunctie tot de jaren 60, waarna
het gaandeweg begraafplaatsgebouw werd.

Uw gastvrouw en gastheer hebben het 'cholerahuisje' in haar staat gelaten met uitzondering van de voorgevel dat tevens werd voorzien van een herinneringstegel met de kerkhoftekst: 'Hodie mihi cras tibi' ('Heden ik, morgen gij'), herinnerend aan de vroegere
betekenis van dit gedenkwaardige gebouw.

Gemeentelijk verzorgingsgesticht

In 1909, droegen B&W van Usquert architect Nijhuis (Groningen 1860-1940) op het 'armenhuis' te ontwerpen. Nijhuis genoot bekendheid in Stad en Provincie en besteedde bijzondere aandacht aan dit armenhuis, dat overigens nooit armenhuis heeft geheten. Het woord kwam alleen in bouwaanvraag en -tekening voor.

Bestemming hield in: onderdak kunnen verschaffen aan hulpbehoevenden.
Dit laatste moet ruim worden opgevat: een verscheidenheid aan dorpsbewoners hebben een beroep gedaan op B&W die hen onderdak bood.
Veelal alleenstaande minvermogenden, verstandelijk gehandicapten ('armen van geest'), wezen. Het aantal bewoners bedroeg ca 13, naast vader en moeder van het huis en een dienstbode.
Allen droegen bij door te werken in de akkerbouw, melkveehouderij of visserij en daarnaast in en aan het huis of in de groentetuinen voor eigen bestaan.

Het huis werd gebouwd voor ca 8000 gulden terwijl voor de 1600 vierk.m. grond 630 gulden moest worden betaald.

In later jaren werd het perceel uitgebreid met het historische begraafplaatshuis en aan de voorzijde weiland.

Keerpunten:
* eind 40- begin 50 er jaren: eerste verbouw. Afscheid van plé's met tonnen, stof doorlatende plafonds, kolenkachels, aanvang bejaardenhuistijd (bord over gevelbelettering !)
* 1968, aanbouw voor uitbreiding van bewoning
* 1978, ingebruikname door st. Novo, dagopvang van verstandelijk gehandicapten. Ca 20 bewoners hebben er gedurende 14 jaren dagwerk gehad. Ook zij gaven het huis een eigen naam: Sytselleheerd (afgeleid van Siel, sluis).
* 1992, aanvang particuliere bewoning.

gebouwd door Helderblauw